ECLI:NL:GHAMS:2022:2092
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontruiming gehuurde en bewijsopdracht schadevergoeding
In deze zaak is hoger beroep ingesteld door [appellante] tegen het vonnis van de kantonrechter Amsterdam inzake de ontruiming van een gehuurde kamer door [geïntimeerde]. [Appellante] huurde sinds februari 2017 een kamer en werd tijdens haar vakantie ontruimd door verhuurder wegens renovatie. Er ontstond een geschil over huurachterstand, schadevergoeding en immateriële schade.
De kantonrechter kende aan [geïntimeerde] een deel van de huurachterstand en schade toe en aan [appellante] een beperkte vergoeding voor materiële en immateriële schade wegens onrechtmatige ontruiming. In hoger beroep betwistte [appellante] onder meer de omvang van de schadevergoeding, de bewijspositie en de proceskostenveroordeling.
Het hof bevestigde dat de huurachterstand terecht is toegewezen en dat de ontruiming onrechtmatig was. De vorderingen van [appellante] voor vervoer- en opslagkosten en een hogere immateriële schadevergoeding werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Wel staat [appellante] toe bewijs te leveren dat haar roerende zaken aanwezig waren bij vertrek en verdwenen bij terugkomst, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Het hof oordeelt dat de bewijspositie van [appellante] niet onredelijk zwaar is en dat de omkering van bewijslast niet aan de orde is. De proceskostenveroordeling in conventie blijft gehandhaafd. Het arrest is gewezen door mr. J.C.W. Rang, mr. J.C. Toorman en mr. J.E. van der Werff en op 19 juli 2022 uitgesproken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis behalve voor bewijslevering over verdwenen roerende zaken en houdt verdere beslissing aan.