ECLI:NL:GHAMS:2022:2583
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Weigering camping om seizoensplaats opnieuw te verhuren na acht jaar niet onredelijk
Kennemer Duincampings B.V. (KDC) exploiteert een camping waar [geïntimeerde] sinds 2013 jaarlijks een seizoensplaats huurt. Na acht jaar weigert KDC om voor het seizoen 2021 een nieuwe huurovereenkomst aan te gaan. De huurder vordert in kort geding dat KDC wordt verboden de plaats aan een derde te verhuren en dat hem een nieuwe overeenkomst wordt aangeboden.
De kantonrechter oordeelde dat de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat KDC de huurder een nieuwe overeenkomst moet aanbieden. KDC gaat in hoger beroep en stelt dat sprake is van een serie huurovereenkomsten voor bepaalde tijd en dat zij vrij is om niet te contracteren.
Het hof stelt vast dat de huurovereenkomst telkens voor bepaalde tijd geldt en dat de huurder de plaats jaarlijks moet opleveren. De eisen van redelijkheid en billijkheid verhinderen willekeurige weigering, maar KDC hoeft geen zwaarwegende reden te hebben voor weigering. Uit het bewijs blijkt dat de huurder herhaaldelijk te laat betaalde, ondanks duidelijke betalingstermijnen en afspraken.
De huurder kon de sluiting wegens Covid-19 niet als rechtvaardiging voor de betalingsachterstand aanvoeren. Het hof concludeert dat de weigering van KDC niet onredelijk is en vernietigt het vonnis van de kantonrechter. De vorderingen worden afgewezen en de huurder wordt veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen af en bevestigt dat KDC niet verplicht is de seizoensplaats opnieuw aan de huurder te verhuren vanwege herhaaldelijke betalingsachterstanden.