ECLI:NL:GHAMS:2022:2930
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging opzegging huurovereenkomst jachthaven bij hotel en ontruiming
Hilton huurt een hotel met bijbehorende tuin en haven en verhuurde de insteekhaven aan Nautic via een huurovereenkomst uit 2009. Daarnaast bestond een gebruiksovereenkomst voor steigers en kademuur. De huurovereenkomst was aangegaan voor tien jaar tot eind 2016, met mogelijkheid tot opzegging met zes maanden termijn.
Na conflicten over het gebruik van de steigers en het uitzicht vanuit de hoteltuin, zegde Hilton de gebruiksovereenkomst en later de huurovereenkomst op. Nautic verwijderde een deel van de steigers, maar plaatste een geïmproviseerde steiger die door de gemeente werd verboden en verwijderd. Nautic stelde zich op het standpunt dat de huurovereenkomst niet rechtsgeldig was opgezegd en dat zij aanspraak maakte op huurbescherming.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst niet onder het beschermde regime van artikel 7:290 BW Pro viel, maar onder het algemene huurrecht en dat de opzegging rechtsgeldig was. Het hof bevestigt dit oordeel en stelt dat het gehuurde geen gebouwde onroerende zaak is en dat de opzegging niet in strijd is met redelijkheid en billijkheid. De belangenafweging rechtvaardigt de uitvoerbaarheid bij voorraad. Nautic wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de opzegging van de huurovereenkomst rechtsgeldig is en veroordeelt Nautic tot ontruiming, met uitvoerbaarheid bij voorraad.