Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Toepasselijke bepalingen
5.Beoordeling van het geschil
enmet dezelfde aangifte worden aangeboden” (cursivering Hof). Hieruit zou in bredere zin kunnen worden afgeleid dat, in ieder geval in de visie van de Commissie, “op hetzelfde moment” niet noodzakelijkerwijs “in dezelfde aangifte” betekent. De in voorgenoemde arresten van het Hof van Justitie ontwikkelde voorwaarde “tegelijkertijd” zou dan ook vervuld kunnen worden door andere feitelijke omstandigheden dan “in dezelfde aangifte”.