ECLI:NL:GHAMS:2022:3062
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het vierde wrakingsverzoek tegen raadsheren in hoger beroep strafzaak
In deze zaak heeft de verdachte, die in hoger beroep is tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam, voor de vierde keer een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren die zijn zaak behandelen. Dit verzoek werd gedaan tijdens een zitting op 18 oktober 2022 en behandeld op 27 oktober 2022. De verdachte betoogde dat de raadsheren onpartijdig zouden zijn omdat hij niet direct de gelegenheid kreeg een verzoek tot opheffing van zijn voorlopige hechtenis te doen.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op basis van artikel 512 Sv Pro en de vaste rechtspraak omtrent onpartijdigheid van rechters. De kamer stelde dat er geen objectieve feiten of omstandigheden waren die een gegronde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Bovendien is wraking niet bedoeld als middel tegen onwelgevallige of procedurele beslissingen van de rechter.
De wrakingskamer constateerde dat de verdachte een patroon vertoont van het indienen van wrakingsverzoeken tegen verschillende raadsheren en beslissingen, wat wordt beschouwd als misbruik van het wrakingsrecht. Daarom werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van de verdachte in deze en een andere zaak niet in behandeling worden genomen.
De beslissing werd uitgesproken door mr. J.F. Aalders, mr. M.A. Wabeke en mr. R.D. van Heffen op 27 oktober 2022 in het openbaar. De raadsheren die werden gewraakt, mr. N.A. Schimmel, mr. T. de Bont en mr. M. van der Horst, werden niet geschorst of vervangen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken van de verdachte worden niet in behandeling genomen.