ECLI:NL:GHAMS:2022:3280
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan moeder
De zaak betreft een hoger beroep van de man tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen werd beëindigd en de moeder werd belast met het eenhoofdig gezag. De ouders zijn gescheiden en de kinderen wonen bij de moeder. De man voert aan dat er sprake is van ouderverstoting veroorzaakt door de moeder, wat schadelijk is voor de relatie met de kinderen.
De vrouw betwist de ouderverstoting en stelt dat de kinderen zelf geen contact met de vader wensen. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geen advies uitgebracht wegens gebrek aan raadsonderzoek, maar benadrukte het belang van een stabiele gezagsstructuur en een minimale basis van vertrouwen tussen ouders.
Het hof overweegt dat de kinderen sinds terugkeer naar Nederland geen contact meer hebben met de vader, mede door hun negatieve houding jegens hem. De vader heeft zijn gezagsrol op een wijze ingevuld die bij de kinderen weerstand en onrust veroorzaakt. Het hof acht de continuering van het gezamenlijk gezag schadelijker dan het beëindigen daarvan en bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het openbaar register wordt geïnformeerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en wijst het eenhoofdig gezag toe aan de moeder.