ECLI:NL:GHAMS:2022:3726
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling griffierecht, verzet gegrond verklaard
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank inzake de vaststelling van de waarde van een onroerende zaak voor het jaar 2019. Dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Belanghebbende diende daarop een verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
Het Hof constateerde dat belanghebbende en diens gemachtigde meerdere malen waren gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en dat een verzoek om ontheffing wegens betalingsonmacht was afgewezen. Hoewel aanvankelijk geen betaling werd ontvangen, bleek uit een betalingsbewijs dat het griffierecht op 25 februari 2022 was voldaan. Dit leidde tot de gegrondverklaring van het verzet.
Echter bleek ook dat het betaalde bedrag later was teruggestort, waardoor belanghebbende opnieuw een nota griffierecht moet ontvangen. Het Hof gelastte de griffier een nieuwe nota per aangetekende post te verzenden en waarschuwde dat niet-betaling opnieuw tot niet-ontvankelijkheid kan leiden. Tevens sprak het Hof een waarschuwing uit over mogelijk misbruik van procesrecht door de gemachtigde.
De kosten van het verzet worden niet aan de heffingsambtenaar toegerekend, aangezien de gang van zaken aan de gemachtigde van belanghebbende te wijten is. De uitspraak is op 22 november 2022 gedaan en is niet vatbaar voor cassatie.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht is gegrond verklaard en een nieuwe nota griffierecht wordt verzonden.