Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2023:1033

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 mei 2023
Publicatiedatum
9 mei 2023
Zaaknummer
23-001581-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte medeplegen oplichting goudstaaf

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van medeplegen oplichting met betrekking tot de verkoop van een goudstaaf.

De tenlastelegging betrof het zich voordoen als een ander, het maken van een afspraak voor aankoop van een goudstaaf en het verrichten van een betaling met vals geld. Hoewel de verdachte aanwezig was bij de afspraak en gezien werd met een medeverdachte, kon niet worden vastgesteld dat hij een bijdrage heeft geleverd aan het strafbare feit of op de hoogte was van het plan tot oplichting.

De benadeelde partij had een schadevergoeding van €50.000 gevorderd, waarvan €44.500 was toegewezen in eerste aanleg. Het hof verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat de verdachte werd vrijgesproken, waardoor de schadevordering niet kon worden toegewezen.

Het hof bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 2 mei 2023.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen oplichting wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001581-22
datum uitspraak: 2 mei 2023
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 juni 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-309962-21 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1991,
adres: [adres01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 april 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 16 januari 2020 te Amsterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de heer [slachtoffer01] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het verkopen (afgeven) van een goudstaaf door die [slachtoffer01] , door:
- zich voor te doen als ene [naam01] , en/of;
- zich (telefonisch) voor te doen als bonafide kopers en een afspraak te maken voor de aankoop van een goudstaaf, en/of;
- de betaling van de goudstaaf te verrichten met contanten, biljetten van 500 euro, deze vervolgens op echtheid te laten controleren door voornoemde [slachtoffer01] , om de biljetten daarna op te stapelen, in een folie te stoppen en te voorzien van een elastiek en, vervolgens, buiten het zicht van [slachtoffer01] , te verwisselen voor een stapel nepgeld, waarvan slechts een enkel biljet echt was.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vrijspraak

Uit het dossier volgt dat een persoon, die zichzelf ‘ [naam01] ’ noemde, een afspraak had gemaakt met de aangever voor de aankoop van een goudstaaf. [naam01] en de aangever spraken daarvoor op 16 januari 2020 af in het [bedrijf01] hotel te Amsterdam. [naam01] is samen met een ander persoon, in het dossier aanvankelijk aangeduid als ‘NN2’, naar het hotel gegaan waar zij de aangever hebben ontmoet.
Naar het oordeel van het hof kan op basis van de stukken in het dossier worden aangenomen dat de persoon die wordt aangeduid als ‘NN2’ de verdachte betreft. Daarmee is echter nog niet komen vast te staan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde medeplegen van oplichting. Het enkele feit dat de verdachte aanwezig is geweest bij de afspraak tussen [naam01] en de aangever, en zowel daarvoor als daarna met [naam01] is gezien, is daarvoor onvoldoende. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte een van de tenlastegelegde gedragingen heeft verricht of daaraan een bijdrage heeft geleverd, noch dat hij op de hoogte was van een plan tot oplichting.
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer01]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 50.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 44.500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer01]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer01] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. H.A. Stalenhoef en mr. N.A. Schimmel, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 mei 2023.
mr. A.D.R.M. Boumans en mr. N.A. Schimmel zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.