Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Heropening van het onderzoek
Beslissing
1 oktober 2023de hiervoor geformuleerde vragen te beantwoorden.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte, een bonafide coffeeshophouder met meerdere vergunningen, werd in eerste aanleg veroordeeld voor het aanwezig hebben van een handelsvoorraad van circa 46 kilogram softdrugs in zijn woning. Dit overschrijdt ruimschoots de in het gedoogbeleid vastgestelde maximale voorraad van 500 gram per coffeeshop. De politie vond de drugs na een anonieme tip en nam deze in beslag en vernietigde ze.
Het hof erkent de complexiteit van de achterdeurproblematiek, waarbij coffeeshops vanwege de grote vraag noodgedwongen een grotere voorraad buiten de winkel moeten aanhouden. De verdachte heeft volgens het dossier en zijn raadsman gehandeld binnen de kaders van het AHOJGI-beleid en heeft een transparante bedrijfsvoering zonder overlast of verkoop aan minderjarigen.
Het hof acht het onderzoek niet volledig en heropent het om nader te onderzoeken of het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging, mede gelet op de belangenafweging en het strafrechtelijk handhavingsbeleid ten aanzien van bonafide coffeeshophouders. Het hof stelt gerichte vragen aan de advocaat-generaal over het opsporings- en vervolgingsbeleid, de proportionaliteit, en de risico's van misbruik door concurrenten of criminele groeperingen.
De zaak belicht de spanning tussen het strafrechtelijk verbod op het bezit van grote hoeveelheden softdrugs en het gedoogbeleid dat coffeeshops toestaat te opereren onder strikte voorwaarden. Het hof benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en een transparante vervolgingspraktijk. De uitspraak is een belangrijke stap in de discussie over de achterdeurproblematiek en vervolgingsbeleid van bonafide coffeeshophouders.
Uitkomst: Het hof heropent en schorst het onderzoek en verzoekt nadere beantwoording van vragen over het vervolgingsbeleid.