ECLI:NL:RBOBR:2025:1161
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatievergunning coffeeshop wegens ernstige overschrijding handelsvoorraad
De burgemeester van Eindhoven heeft op grond van de Wet bibob de exploitatievergunning van een coffeeshop ingetrokken vanwege een overschrijding van de maximale handelsvoorraad van 500 gram softdrugs. De politie trof in februari 2022 in een auto en op verschillende locaties in totaal 380,5 kilogram softdrugs aan, wat leidde tot een eerdere sluiting van de coffeeshop voor 12 maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
De burgemeester vroeg een advies aan het Landelijk Bureau Bibob, dat concludeerde dat er een ernstig gevaar bestond dat de vergunning werd gebruikt voor criminele activiteiten. De intrekking is volgens de burgemeester een evenwichtige maatregel die noodzakelijk is om het criminele misbruik te beëindigen. De eiseres betoogde onder meer dat de intrekking een bestraffende sanctie is, dat de ernst van de feiten niet rechtvaardigt tot intrekking, en dat de burgemeester incoherent handelde.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking geen bestraffende sanctie is maar een herstelsanctie met een ander doel dan de eerdere sluiting. De burgemeester heeft de bevoegdheid niet misbruikt en de intrekking is evenredig gezien de omvang en duur van de overtredingen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de exploitatievergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit van de burgemeester bevestigd.