ECLI:NL:GHAMS:2023:1470
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake huurachterstand en ontruiming bedrijfsruimte na bodemvonnis
In deze zaak staat een huurgeschil centraal tussen appellanten en geïntimeerde over de huur van bedrijfsruimten. Geïntimeerde heeft vanaf 2019 huurachterstanden opgebouwd en vanaf december 2021 geen huur meer betaald. De kantonrechter heeft in een bodemvonnis de huurovereenkomsten ontbonden, geïntimeerde veroordeeld tot ontruiming en betaling van aanzienlijke huurachterstanden, inclusief rente en schadevergoeding.
Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van hun vorderingen in kort geding, terwijl geïntimeerde haar vorderingen in reconventie heeft vermeerderd. Na het bodemvonnis is duidelijk geworden dat appellanten geen belang meer hebben bij toewijzing van hun vorderingen in kort geding, aangezien deze reeds in de bodemprocedure zijn toegewezen en ontruiming heeft plaatsgevonden.
Het hof past de afstemmingsregel toe en bekrachtigt het bestreden vonnis voor de vorderingen van geïntimeerde, die in reconventie zijn afgewezen. Wel vernietigt het hof de kostenveroordeling in conventie en veroordeelt geïntimeerde in de proceskosten van appellanten. Tevens wordt geïntimeerde veroordeeld tot terugbetaling van door appellanten betaalde bedragen, vermeerderd met wettelijke rente. Het hoger beroep wordt verder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis behalve de kostenveroordeling, veroordeelt geïntimeerde in kosten en tot terugbetaling aan appellanten.