In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en een nieuwe beslissing genomen over het wederrechtelijk verkregen voordeel door de betrokkene uit een hennepkwekerij in zijn woning. De politierechter had een bedrag van €10.000 vastgesteld, maar het hof kwam tot een hogere schatting van €11.674,08 op basis van aanwijzingen voor een eerdere oogst en het energieverbruik.
De betrokkene voerde in hoger beroep aan dat hij door derden was gedwongen de kwekerij te laten plaatsen en dat er geen eerdere oogst had plaatsgevonden. Het hof verwierp deze stellingen wegens gebrek aan concrete en verifieerbare bewijsstukken. Diverse aanwijzingen zoals vervuilde koolstoffilters, hennepafval en kalkafzetting wezen op minstens één eerdere oogst.
De bruto opbrengst werd berekend op basis van 120 planten met een gemiddelde opbrengst per gram en marktwaarde, verminderd met investerings-, variabele en energiekosten. Het netto voordeel werd vastgesteld op €11.674,08. Gezien de overschrijding van de redelijke termijn tussen aantreffen kwekerij en arrest, stelde het hof de betalingsverplichting vast op €10.000. De betrokkene werd verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen, met een maximale gijzelingstermijn van 200 dagen.