Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2023:1693

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 juni 2023
Publicatiedatum
17 juli 2023
Zaaknummer
23-002731-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepkwekerij

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Amsterdam waarin betrokkene was veroordeeld voor het aanwezig hebben van hennep en diefstal van elektriciteit. De politierechter had tevens een ontnemingsvordering toegewezen tot een bedrag van €79.714,17.

In hoger beroep werd de vordering tot ontneming opnieuw beoordeeld. Het hof stelde vast dat betrokkene op 23 december 2018 een hennepkwekerij had in een gehuurde woning, maar dat er geen concrete aanwijzingen waren dat hij betrokken was bij de teelt of verkoop van de oogst. Hierdoor was niet aannemelijk dat hij wederrechtelijk voordeel had verkregen.

Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter voor wat betreft de ontnemingsvordering en wees deze af. Betrokkene werd wel veroordeeld voor het aanwezig hebben van hennep. Het arrest werd uitgesproken op 6 juni 2023 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-002731-22 (ontneming)
Datum uitspraak: 6 juni 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 oktober 2022 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met parketnummer 13-255757-19 tegen de betrokkene
[verdachten],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
adres: [adres] .

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 87.950,56.
De betrokkene is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 oktober 2022 veroordeeld ter zake van, kort gezegd, het aanwezig hebben van hennep (feit 1) en diefstal van elektriciteit (feit 2).
Voorts heeft de politierechter in de rechtbank Amsterdam bij vonnis van 11 oktober 2022 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 79.714,17 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.
De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 juni 2023 veroordeeld ter zake van, kort gezegd, het aanwezig hebben van hennep (feit 1).

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
23 mei 2023.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van € 81.907,17 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De raadsman heeft geconcludeerd tot afwijzing van de ontnemingsvordering.
Het hof overweegt dat in de strafzaak is bewezenverklaard dat de betrokkene op 23 december 2018 opzettelijk een hennepkwekerij aanwezig heeft gehad in een door hem gehuurde woning. Het dossier bevat geen concrete aanwijzingen dat hij betrokken is geweest bij de teelt van de planten, zodat hij daarvan is vrijgesproken. Hiermee hangt samen dat niet aannemelijk is geworden dat de betrokkene betrokken is geweest bij de verkoop van een eerdere oogst en daaruit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.
Het hof zal daarom de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afwijzen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst af de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel tot het in die vordering genoemde bedrag.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. H.A. Stalenhoef en mr. L.F. Roseval, in tegenwoordigheid van
mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
6 juni 2023.
Mr. Boumans is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.