ECLI:NL:GHAMS:2023:1695
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens invoer en bezit cocaïne
De betrokkene werd door de rechtbank Noord-Holland veroordeeld voor het invoeren van een hoeveelheid cocaïne en het bezit van 1.003,4 gram cocaïne. Tevens werd hij verplicht tot betaling van een bedrag van €59.592,94 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Zowel het openbaar ministerie als de betrokkene gingen in hoger beroep tegen het vonnis en de ontnemingsvordering. Tijdens de behandeling in hoger beroep stelde de advocaat-generaal het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €34.300,00 en vorderde betaling daarvan. De raadsvrouw van de betrokkene concludeerde tot afwijzing van de ontnemingsvordering.
Het gerechtshof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, met inachtneming van de vastgestelde bedragen en overwegingen. Het hof constateerde tevens een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, maar achtte dit niet reden voor verdere maatregelen omdat de berechting binnen de geldende termijnen per procesfase was afgerond.
Het arrest werd uitgesproken op 6 juni 2023 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij één van de rechters wegens omstandigheden niet medeondertekende.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling en de ontnemingsvordering van €59.592,94 wegens invoer en bezit van cocaïne.