ECLI:NL:GHAMS:2023:1745
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in belang van verzorging en opvoeding
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige [kind 1], geboren in 2021, die sinds oktober 2022 in een gezinshuis verblijft samen met haar halfbroers en halfzus. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van deze machtiging en verzocht om terugplaatsing van het kind in haar thuissituatie via een gefaseerd terugplaatsingstraject.
De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming hebben zich tegen dit verzoek verzet, stellende dat de veiligheid en het welzijn van het kind in het geding zijn. Uit een langdurig traject van hulpverlening en ouderschapsbeoordelingen is gebleken dat de moeder niet in staat is om de noodzakelijke veilige en stabiele opvoeding te bieden, mede door haar psychische problematiek en het eerdere weglopen uit de hulpverlening.
Het hof heeft geoordeeld dat de machtiging tot uithuisplaatsing terecht is verlengd. Het belang van het kind bij een stabiele en betrouwbare opvoeder weegt zwaarder dan het belang van terugplaatsing bij de moeder. De inbreuk op het recht op gezinsleven is gerechtvaardigd en proportioneel gelet op de bescherming van de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van het kind.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige is verlengd en de bestreden beschikking bekrachtigd.