ECLI:NL:GHAMS:2023:2162

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 september 2023
Publicatiedatum
20 september 2023
Zaaknummer
200.328.759/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 99 lid 9 WnaArt. 107 lid 3 WnaArt. 99 leden 2 en 3 Wna
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid in hoger beroep ondanks vertraagde griffierechtbetaling bij notariszaak

Klager heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kamer voor het notariaat, maar betaalde het griffierecht niet binnen de gestelde termijn. De nota voor het griffierecht werd per gewone post verzonden, terwijl klager had verzocht alle correspondentie per e-mail te ontvangen vanwege langdurig verblijf in het buitenland.

Het hof oordeelt dat klager gerechtvaardigd mocht vertrouwen op ontvangst van berichten via e-mail en dat het niet tijdig betalen van het griffierecht verschoonbaar is. De nota wordt namelijk niet door het hof zelf, maar door een ander dienstencentrum verzonden, waarvan klager als leek niet op de hoogte kon zijn.

Daarom wordt klager ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Het hof stelt partijen in de gelegenheid verhinderdagen door te geven en de notaris een verweerschrift in te dienen. Een datum voor mondelinge behandeling wordt later vastgesteld.

Uitkomst: Klager wordt ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep ondanks te late betaling van het griffierecht wegens verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.328.759/01 NOT
nummer eerste aanleg : 23-03
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 19 september 2023
inzake
[appellant] ,
wonend te [woonplaats] ,
appellant,
tegen
mr. [geïntimeerde] ,
notaris te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde.
Partijen worden hierna klager en de notaris genoemd.

1.De zaak in het kort

Klager komt in hoger beroep van een beslissing van de kamer, maar heeft het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan. Indien het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, wordt de klager op grond van artikel 99 lid 9 in Pro verbinding met artikel 107 lid 3 van Pro de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) nietontvankelijk verklaard. Klager werpt op dat hij heeft verwacht berichten van het hof, en dus ook de nota griffierecht, op zijn mailadres te ontvangen. De vraag die het hof moet beantwoorden is of klager ontvankelijk is in zijn hoger beroep.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Klager heeft op 16 juni 2023 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag (hierna: de kamer) van 17 mei 2023 (ECLI:NL:TNORDHA:2023:10).
2.2.
Op 27 juni 2023 is aan klager een nota verzonden met de mededeling (i) dat voor de behandeling van het beroepschrift griffierecht is verschuldigd, (ii) dat het bedrag van € 50,- aan griffierecht uiterlijk 28 dagen na dagtekening van de nota moet worden betaald en (iii) dat als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, het beroepschrift in beginsel niet inhoudelijk in behandeling wordt genomen.
2.3.
Van de kant van klager is op 18 augustus 2023 een e-mail ter griffie van het hof ingekomen. In deze mail staat, voor zover van belang:

(…)
Direct na terugkomst uit Frankrijk heb ik gisteravond de griffierechten betaald die verschuldigd zijn voor de behandeling van mijn beroepschrift (betalingskenmerk 3000 8591 0373 5777).
In het beroepschrift zelf en ook in latere communicatie per email, heb ik het Hof gevraagd in verband met mijn veelvuldig en langdurig verblijf in Frankrijk, eventuele correspondentie mij ook altijd per email toe te sturen. Voor een verzoek om aanvullende informatie mbt het beroep, heb ik zo’n bericht ook per email van het Hof ontvangen.
Het verzoek om het griffierecht te betalen is mij echter alleen per gewone post toegestuurd en die brief en herinnering heb ik gisteravond bij terugkomst uit Frankrijk pas gezien - en direct betaald. Daarbij was de betalingstermijn van de herinnering echter wel al verlopen.
Omdat ik de brief met de mededeling van het griffierecht niet per email ontvangen heb, terwijl ik wel verzocht heb alle correspondentie aangaande het beroepschrift mij ook per email toe te sturen, verzoek ik u ondanks deze verlaatte betaling het beroep wel in behandeling te nemen.
(…)”.
2.4.
Het hof doet de zaak, voor zover het de ontvankelijkheid van klager in het hoger beroep betreft, af zonder mondelinge behandeling.

3.Beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 99 leden Pro 2 en 3 in verbinding met artikel 107 lid 3 van Pro de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) is de indiener van het beroepschrift griffierecht verschuldigd. Indien het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, wordt de appellant op grond van artikel 99 lid 9 in Pro verbinding met artikel 107 lid 3 Wna Pro nietontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit betekent dat de zaak niet (inhoudelijk) door het hof wordt behandeld.
3.2.
Het hof stelt vast dat het door klager verschuldigde griffierecht op 17 augustus 2023 is bijgeschreven op het daartoe bekend gemaakte bankrekeningnummer. Het griffierecht is daarmee weliswaar voldaan, maar niet binnen de daarvoor gestelde termijn.
3.3.
Het hof is van oordeel dat klager voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij gerechtvaardigd erop heeft vertrouwd dat hij berichten van het hof zou ontvangen op zijn e-mailadres. De nota griffierecht wordt echter niet door het hof zelf verzonden, maar door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR). Klager kan, als leek op dit gebied, niet worden geacht daarvan op de hoogte te zijn. Zodra klager wist dat hij het griffierecht moest betalen, heeft hij dat gedaan. Het hof is dan ook van oordeel dat op grond van deze omstandigheden een uitzondering op de strikte hantering van de betalingstermijn gerechtvaardigd is en de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht.
3.4.
Het voorgaande brengt mee dat klager kan worden ontvangen in zijn hoger beroep.
3.5.
Het hof zal partijen in de gelegenheid stellen hun verhinderdagen op te geven en de notaris in de gelegenheid stellen een verweerschrift in te dienen tegen het door klager op 16 juni 2023 ingediende hoger beroep. Daarna zal een datum voor de mondelinge behandeling worden bepaald waarop het hoger beroep inhoudelijk zal worden behandeld.
3.6.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

4.Beslissing

Het hof:
- stelt partijen in de gelegenheid om voor 3 oktober 2023 op te geven op welke dagen zij in de periode januari tot en met maart 2024 zijn verhinderd om ter zitting te verschijnen;
- stelt de notaris tot 17 oktober 2023 in de gelegenheid een verweerschrift bij het hof in te dienen;
- bepaalt dat een mondelinge behandeling zal worden bepaald op een nader te bepalen datum en tijdstip;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.H. Lieber, A.D.R.M. Boumans en J.C.W. Rang en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2023 door de rolraadsheer.