ECLI:NL:GHAMS:2023:2175
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en vaststelling behoefte minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar verzoek om kinderalimentatie voor hun minderjarige kind had afgewezen. De vader is biologisch ouder, onderhoudsplichtig voor drie andere kinderen en heeft geen omgang met het kind. De moeder verzocht aanvankelijk €400 per maand, later verlaagd tot €174, terwijl het hof €73 per maand vaststelde.
Het hof bepaalde de behoefte van het kind op €306 per maand in 2021, gebaseerd op het gemiddelde van de behoefte berekend vanuit het inkomen van beide ouders volgens de tremanormen. Het hof hield rekening met het volledige inkomen van de vader, inclusief fictieve aanspraken op kindgebonden budget en inkomensafhankelijke combinatiekorting. De vader voerde een beroep op de aanvaardbaarheidstoets vanwege hoge schulden en aflossingen, maar faalde omdat hij onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie.
Het hof oordeelde dat een verklaring voor recht over de behoefte niet past binnen het wettelijke systeem omdat de behoefte onderdeel is van de alimentatieverplichting en later opnieuw kan worden vastgesteld. De onderhoudsverplichting van de vader gaat in op de datum van de beschikking, 22 augustus 2023. De moeder wordt niet in de proceskosten veroordeeld vanwege de aard en uitkomst van de procedure.
Uitkomst: De vader moet vanaf 22 augustus 2023 €73 per maand kinderalimentatie betalen aan de moeder.