Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
I. de huurovereenkomst met betrekking tot de woning te ontbinden;
II. [appellant] te veroordelen de woning te ontruimen en onder afgifte van de sleutels aan Velison ter vrije beschikking te stellen;
III. [appellant] te veroordelen tot betaling van de achterstallige huur ad € 1.561,88 te vermeerderen met de huur ad € 413,89 per maand vanaf de dag der verschuldigdheid totdat de huurovereenkomst is geëindigd, althans tot het moment dat [appellant] de woning niet langer occupeert;
IV. [appellant] te veroordelen in de proceskosten, inclusief de nakosten en de wettelijke rente.
€ 62,19 en de vorderingen van Velison voor het overige afgewezen. In conventie is [appellant] in de proceskosten van Velison en in de kosten van de deskundige veroordeeld. De kantonrechter heeft beslist dat in reconventie iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Grief 3keert zich tegen de afwijzing van de vorderingen van [appellant] tot (a) huurprijsvermindering, (b) terugbetaling van (teveel betaalde) huur en (c) vergoeding van kosten die [appellant] heeft gemaakt voor deskundigenonderzoek. Deze grieven stranden omdat hiervoor is geoordeeld dat de situatie in de woning geen gebrek in de zin van artikel 7:204 BW Pro oplevert. Dit brengt mee dat Velison niet gehouden is tot herstel over te gaan, dat [appellant] geen recht heeft op een huurprijsvermindering en Velison hem niets hoeft (terug) te betalen.
grieven 5 en 6keren zich tegen de beslissingen van de kantonrechter over de proceskosten. Deze grieven bouwen voort op de eerder grieven van [appellant] . Omdat die grieven geen succes hebben, falen ook grieven 5 en 6.