ECLI:NL:GHAMS:2023:2712
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen in vordering tot wedertewerkstelling na ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze zaak vorderde de werknemer in kort geding dat de werkgever hem binnen 24 uur wedertewerk zou stellen in zijn functie of een andere functie. De kantonrechter wees deze vordering af vanwege de ernstige beschuldigingen tegen de werknemer en het belang van de werkgever bij een veilig werkklimaat.
De arbeidsovereenkomst tussen partijen was inmiddels door de kantonrechter ontbonden met ingang van 1 september 2023. De werknemer stelde hiertegen hoger beroep in bij het hof, maar vroeg geen herstel van de arbeidsovereenkomst.
Het hof overwoog dat door de ontbinding geen arbeidsovereenkomst meer bestaat en dat het hof in kort geding zijn oordeel moet afstemmen op dat van de bodemrechter (afstemmingsregel). Er waren geen uitzonderingen die een andere beslissing rechtvaardigen.
Daarom is de vordering tot wedertewerkstelling ook in hoger beroep niet toewijsbaar. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de werknemer in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering tot wedertewerkstelling af omdat de arbeidsovereenkomst is ontbonden.