Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
- 3 nieuwe appartementen
- 2 bestaande appartement aanpassen
- casco werkzaamheden
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond centraal of tussen partijen een koopovereenkomst tot stand was gekomen voor een pand met woonbestemming, waarbij appellant als koper en geïntimeerde als verkoper betrokken waren. Appellant stelde dat hij als consument handelde en dat de koop niet schriftelijk was vastgelegd, waardoor geen geldige overeenkomst bestond. De rechtbank had dit verweer verworpen en appellant veroordeeld tot schadevergoeding.
Het hof heeft het standpunt van appellant gevolgd en geoordeeld dat het pand een tot bewoning bestemde onroerende zaak betrof en dat appellant niet handelde in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Het hof nam de omstandigheden in acht, zoals de woonbestemming van het pand, de intentie van appellant om het pand privé te bewonen, en het feit dat hij zich liet bijstaan door een makelaar die ook gewone makelaarsactiviteiten verrichtte.
Het hof verwierp de stelling van geïntimeerde dat appellant als professionele partij handelde, onder meer omdat de plannen van appellant om het pand eventueel te splitsen en deels te verhuren niet per se wijzen op bedrijfsmatig handelen. Ook de hoogte van de koopsom en de geraamde renovatiekosten waren onvoldoende om het beroep op consumentbescherming te weerleggen.
De conclusie van het hof is dat appellant zich terecht op het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 BW Pro kan beroepen, waardoor geen rechtsgeldige koopovereenkomst tot stand is gekomen. Het bestreden vonnis wordt vernietigd en de vorderingen van geïntimeerde worden afgewezen. Tevens wordt geïntimeerde veroordeeld tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen en tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vorderingen van de verkoper af wegens ontbreken schriftelijke koopovereenkomst.