Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
zaaknummer 200.317.993/01(bodemzaak) van:
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
[appellant 3],
[appellant 4],
zaaknummer 200.317.704/01 KG(kort geding) van:
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
[appellant 3],
[appellant 4],
1.Verder verloop van beide procedures
2.Feiten
3.Beoordeling
mondelinguitspraak is gedaan. Evenmin is dit in de zojuist geciteerde schriftelijke beslissing van de wrakingskamer het geval. Dit leidt echter niet tot de conclusie dat op 14 augustus 2019 géén mondelinge uitspraak is gedaan. De brief van mr. Tonkens-Gerkema houdt immers in dat dat wel het geval is geweest en het hof heeft geen aanleiding om aan de juistheid van die brief te twijfelen. Aldus is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat ter zitting van de wrakingskamer/het Comité van 14 augustus 2019 mondeling uitspraak is gedaan en dat deze beslissing, die dus dateert van die datum, later op papier is gesteld. Dit is overigens in het geval van een mondelinge uitspraak niet ongebruikelijk.
onbegrijpelijk en onbetamelijkis’. Bij e-mail van 12 juli 2021 te 11.03 uur heeft het NAI mr. Haarsma geantwoord, met onder andere de arbiters in de cc, dat het verzoek eerst intern zal worden besproken en dat daarop uiterlijk om 14.00 uur (naar het hof begrijpt:) die dag zal worden gereageerd. Daarnaast heeft mr. Ynzonides mr. Haarsma, met de arbiters en het NAI in de cc, bij e-mail van 12 juli 2021 te 11.31 uur onder meer het volgende bericht: