ECLI:NL:GHAMS:2023:362
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tijdelijke zorgregeling en gelasten raadsonderzoek in gezags- en omgangsgeschil ouders
De zaak betreft een geschil tussen de ouders over het gezamenlijk gezag en de zorg- en omgangsregeling voor hun minderjarige kind, geboren in 2021. De rechtbank had de ouders gezamenlijk gezag gegeven en een tijdelijke zorgregeling vastgesteld waarbij de vader iedere zondag onbegeleide omgang heeft met het kind. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking en verzocht onder meer om beperking van de omgang en ondertoezichtstelling van het kind.
Het hof oordeelt dat het hoger beroep van de moeder ontvankelijk is en dat de voorlopige zorgregeling een eindbeschikking vormt vanwege het onomkeerbare karakter van de omgang. Gelet op de zorgelijke situatie en de verstoorde verstandhouding tussen de ouders, waarbij het kind reactief gedrag vertoont en mogelijk in haar ontwikkeling wordt bedreigd, acht het hof nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming noodzakelijk.
Het hof bekrachtigt de tijdelijke zorgregeling van de rechtbank en wijst de verzoeken van partijen om wijziging of schorsing af. De zaak wordt aangehouden tot 1 juli 2023, met het verzoek aan de raad om een onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden voor gezamenlijk gezag, eventuele belemmeringen en de meest passende zorg- en omgangsregeling, en hierover schriftelijk te rapporteren. Hiermee wordt beoogd de belangen van het kind zo goed mogelijk te dienen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tijdelijke zorgregeling en gelast een raadsonderzoek, met aanhouding van de zaak tot 1 juli 2023.