ECLI:NL:GHAMS:2023:691
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming verhuizing en zorgregeling minderjarige in hoger beroep
De zaak betreft een geschil tussen ouders met gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, waarbij de moeder toestemming verzoekt om met het kind te verhuizen naar een andere plaats. De rechtbank had dit verzoek afgewezen en de hoofdverblijfplaats bij de vader vastgesteld. De moeder ging in hoger beroep en verzocht opnieuw om vervangende toestemming voor verhuizing en aanpassing van de zorgregeling.
Het hof overweegt dat het belang van het kind voorop staat, maar dat ook andere belangen meewegen. De moeder heeft jarenlang de hoofdverzorging gehad en is inmiddels hertrouwd en moeder van een halfbroertje van het kind. Zij woont in een regio waar haar partner sterk is geworteld en waar het gezin wil wonen. De vader woont elders en het kind heeft daar minder binding.
Het hof concludeert dat de verhuizing in het belang van het kind is en dat de moeder voldoende compensatie biedt voor de gewijzigde zorgregeling. De vader behoudt een betrokken rol. Het hof wijst het verzoek van de moeder toe, verleent vervangende toestemming voor verhuizing, inschrijving op school en medische voorzieningen, en stelt een aangepaste zorg- en vakantieregeling vast. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het hof beslist.
Uitkomst: Het hof verleent de moeder vervangende toestemming om met het kind te verhuizen en stelt een aangepaste zorg- en vakantieregeling vast.