ECLI:NL:GHAMS:2023:694
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatige hinder door gevelpanelen ter voorkoming lichtuitstraling
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het plaatsen van gevelpanelen in de tuin van buren onrechtmatige hinder opleverde voor de eigenaar van een aangrenzende kantoorruimte. Kess Corporation vorderde verwijdering van de panelen omdat zij stelde dat deze de lucht- en lichttoetreding in haar kantoorruimte ernstig belemmerden.
Het hof stelde vast dat Kess onvoldoende had toegelicht in welke mate de panelen de licht- en luchttoetreding daadwerkelijk verminderden, mede omdat andere ramen en een lichtstraat in de kantoorruimte aanwezig zijn. Ook ontbrak concrete klacht of bewijs van hinder door de gebruiker van de kantoorruimte.
Tegenover deze onvoldoende onderbouwing stond dat de buren voldoende hadden aangetoond dat zij significante hinder ondervonden van lichtuitstraling vanuit de kantoorruimte, wat de reden was voor het plaatsen van de panelen. Het hof oordeelde dat de buren een redelijk belang hadden bij het plaatsen van de panelen en dat er geen sprake was van misbruik van bevoegdheid.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd, waarbij Kess in de kosten van het hoger beroep werd veroordeeld. De gevelpanelen werden niet als onrechtmatige hinder beoordeeld en mochten blijven staan.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van Kess af; de gevelpanelen mogen blijven staan.