ECLI:NL:GHAMS:2023:701
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding zonder verband met ziekte
Appellante trad in januari 2020 in dienst bij ABN AMRO als Senior Associate. Vanaf het begin verliep de samenwerking moeizaam, met kritiek op haar communicatieve vaardigheden en functioneren. Ondanks verbetertrajecten en mediation bleef de samenwerking verstoord. Appellante diende klachten in over pest- en discriminatoir gedrag, maar deze werden serieus genomen zonder dat sprake was van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever.
In december 2021 ontbond de kantonrechter de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding, waarbij het opzegverbod wegens ziekte niet van toepassing werd geacht omdat het ontbindingsverzoek geen verband hield met de ziekte van appellante. In hoger beroep voerde appellante aan dat het opzegverbod wel van toepassing was, dat de arbeidsverhouding niet duurzaam verstoord was en dat ABN AMRO ernstig verwijtbaar had gehandeld.
Het hof verwierp alle grieven van appellante. Het ontbindingsverzoek hield geen verband met haar ziekte, de arbeidsverhouding was duurzaam verstoord door wederzijds wantrouwen en onvoldoende functioneren van appellante, en herplaatsing was niet mogelijk. Er was geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, zodat geen billijke vergoeding werd toegekend. De beschikking van de kantonrechter werd bekrachtigd en appellante werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is terecht ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding zonder toekenning van een billijke vergoeding.