ECLI:NL:GHAMS:2023:941
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep echtscheiding, huurrecht en verdeling huwelijksgoederengemeenschap
Partijen zijn in 2019 in Suriname gehuwd en wonen sinds augustus 2020 samen in Nederland. De vrouw kwam na de huwelijkssluiting naar Nederland. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en kende het huurrecht van de woning toe aan de man. De vrouw kwam in hoger beroep met verzoeken tot afwijzing van de echtscheiding, toepassing van Surinaams recht, toekenning huurrecht aan haar, en bevel tot boedelscheiding.
Het hof oordeelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, mede gelet op het feit dat partijen feitelijk gescheiden leven en de man de echtscheiding wenst. Het hof bevestigt de Nederlandse rechtsmacht en het toepasselijke Nederlandse recht. Het huurrecht wordt na belangenafweging toegekend aan de man, die een sociaal netwerk heeft en de woning al lang huurt.
Ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap stelt het hof vast dat partijen geen huwelijkse voorwaarden hebben en dat het Nederlandse recht van toepassing is op grond van de nauwe band met Nederland. Het hof beveelt de verdeling van de beperkte gemeenschap ten overstaan van een notaris en benoemt een notaris en onzijdige vertegenwoordigers voor het geval partijen niet meewerken.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hoger beroep wordt verder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding, kent het huurrecht toe aan de man en beveelt de verdeling van de beperkte gemeenschap van goederen onder Nederlands recht ten overstaan van een notaris.