Deze zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de kinderrechter die een tijdelijke zorgregeling vaststelde voor twee minderjarige kinderen. De kinderen staan sinds 2019 onder toezicht van een gecertificeerde instelling en zijn in 2021 met spoed uit huis geplaatst bij de vader vanwege zorgen over de thuissituatie bij de moeder.
De zorgregeling is sinds 2021 stapsgewijs uitgebreid, waarbij de omgang tussen de kinderen en de moeder grotendeels begeleid werd. Uit rapportages blijkt dat de moeder goed voor de kinderen zorgt en dat er geen zorgen zijn over haar opvoedvaardigheden. De vader betwist de uitbreiding van de zorgregeling en vreest negatieve gevolgen, mede vanwege wantrouwen en verstoorde communicatie met de moeder.
Het hof oordeelt dat de vader ontvankelijk is in zijn hoger beroep en dat de bestreden beschikking terecht de tijdelijke zorgregeling bekrachtigt. Ondanks de verstoorde communicatie acht het hof uitbreiding van de zorgregeling in het belang van de kinderen. Tevens wordt aanbevolen om te onderzoeken of Parallel Solo Ouderschap kan worden ingezet om het contact tussen ouders te minimaliseren en harde afspraken te waarborgen.