ECLI:NL:GHAMS:2024:1433
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Oneerlijk beding beëindigingskosten in effectenleaseovereenkomst vernietigd
In deze zaak stond de vraag centraal of een beding in de door Dexia gehanteerde leasevoorwaarden, dat een vaste vergoeding van 15% aan buitengerechtelijke beëindigingskosten zonder maximum vastlegt, oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EG. Het hof bevestigde dat dit beding binnen de werkingssfeer van de Richtlijn valt en onderzocht of het beding het evenwicht tussen partijen aanzienlijk verstoort.
Het hof concludeerde dat het vaste percentage van 15%, zonder een maximum, aanzienlijk afwijkt van de in Nederland gebruikelijke staffel voor buitengerechtelijke kosten, die een dalend percentage en een maximum kent. Dit leidt tot een onevenredig hoge last voor de consument, die het beding niet redelijkerwijs zou hebben aanvaard bij eerlijke onderhandelingen. Daarom vernietigde het hof het beding ambtshalve.
Als gevolg hiervan vervallen de in rekening gebrachte beëindigingskosten van €110,00. Partijen worden in staat gesteld om op basis van het arrest van de Hoge Raad van 2017 en een financieel overzicht hun wederzijdse betalingsverplichtingen te berekenen. Dexia's grieven in het principaal hoger beroep worden gegrond verklaard, terwijl de grieven van de wederpartij in het incidenteel hoger beroep falen.
Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en partijen worden veroordeeld tot wederzijdse betaling van de berekende bedragen, met wettelijke rente. Daarnaast wordt de wederpartij veroordeeld tot betaling van een restitutievordering van €11.499,71 met rente. De proceskosten in eerste aanleg worden gecompenseerd, en de wederpartij draagt de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het oneerlijke beding over beëindigingskosten en veroordeelt partijen tot wederzijdse verrekening van betalingsverplichtingen met wettelijke rente.