ECLI:NL:GHAMS:2024:1598
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige ondanks bezwaren ouders
De zaak betreft het hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland die een minderjarige onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling voor zes maanden. De ouders betwisten deze maatregel en verzoeken vernietiging en schorsing van de beschikking.
Het hof oordeelt dat de ouders niet tijdig en deugdelijk waren opgeroepen, maar dat dit formele bezwaar in hoger beroep is hersteld en geen schending van het fair trial-beginsel oplevert. Inhoudelijk is vastgesteld dat de minderjarige sinds april 2022 niet naar school gaat en thuisonderwijs ontvangt zonder zicht op de kwaliteit en ontwikkeling. De samenwerking tussen ouders en betrokken instanties is verstoord, en de gecertificeerde instelling heeft nog geen plan kunnen maken vanwege gebrek aan medewerking.
Het hof concludeert dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. Het verzoek tot schorsing van de beschikking wordt afgewezen omdat het belang daarvan is komen te vervallen. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en de raad wordt niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige en wijst het verzoek tot schorsing af.