ECLI:NL:GHAMS:2024:1608
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep inzake zorgregeling en schorsingsverzoek
De zaak betreft een hoger beroep van de rechthebbende tegen een beschikking van de kantonrechter Amsterdam van 29 juni 2023, waarin een zorgregeling en een verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad zijn behandeld. De procedure omvatte verschillende schriftelijke berichten van de partijen, waaronder de curator, bewindvoerder en maatschappelijk ondersteuner. Op 24 mei 2024 vond de mondelinge behandeling plaats, waarbij de rechthebbende werd bijgestaan door zijn advocaat en vergezeld door zijn vader.
Tijdens de zitting in hoger beroep heeft de advocaat van de rechthebbende aangegeven het hoger beroep te willen intrekken, waarmee de gronden van het hoger beroep niet meer werden gehandhaafd. Het hof concludeerde hieruit dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is. De beschikking van het hof verklaart daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee de bestreden beschikking van de kantonrechter.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 11 juni 2024, in aanwezigheid van de griffier. De procedure kenmerkt zich door een zorgvuldige behandeling van de betrokken belangen rondom de zorgregeling, waarbij uiteindelijk de formele ontvankelijkheid van het hoger beroep centraal stond.
Uitkomst: Het hof verklaart de rechthebbende niet-ontvankelijk in het hoger beroep.