ECLI:NL:GHAMS:2024:1904
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren wegens afwijzing videoverbinding in hoger beroep
In het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam is door de verdachte een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren vanwege de afwijzing van zijn verzoek om de zitting via een videoverbinding bij te wonen. De verdachte stelde dat deze afwijzing duidt op vooringenomenheid van de rechters.
De raadsheren hebben schriftelijk gereageerd en stelden dat er geen feiten of omstandigheden zijn die de onpartijdigheid in gevaar brengen. Het hof hanteert als uitgangspunt fysieke aanwezigheid, met uitzonderingen die zorgvuldig worden beoordeeld. De verdachte had onvoldoende medische onderbouwing geleverd voor zijn verzoek.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat rechterlijke beslissingen niet als wrakingsgrond kunnen dienen en dat het enkele feit dat de verdachte het niet eens is met de beslissing onvoldoende is. Er is geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren wegens afwijzing van het verzoek om via videoverbinding deel te nemen is ongegrond verklaard.