ECLI:NL:GHAMS:2024:1972
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.C. Boot
- I.A. van der Burg
- N. Kampert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat voorlopige getuigenverhoren niet voortgezet hoeven te worden na eindvonnis in hoofdzaak
Deze civiele procedure betreft het hoger beroep van appellant tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin werd besloten geen verdere uitvoering te geven aan voorlopige getuigenverhoren. Appellant wenste deze verhoren voort te zetten om bewijs te verzamelen over het onrechtmatig handelen van geïntimeerde en om zijn positie in een mogelijke hoger beroepsprocedure te versterken.
De feiten betreffen een geschil tussen appellant, ondernemer en eigenaar van een groothandel, en geïntimeerde, een advieskantoor dat appellant fiscaal had geadviseerd over een truststructuur. Na eerdere uitspraken waarin onrechtmatig handelen van geïntimeerde werd vastgesteld, heeft de rechtbank in de hoofdzaak een eindvonnis gewezen. De rechtbank besloot daarop dat het belang bij voortzetting van de voorlopige getuigenverhoren was komen te vervallen.
Het hof oordeelt dat het belang bij voortzetting inderdaad ontbreekt omdat het eindvonnis in de hoofdzaak al is gewezen en het resterende bewijs geen invloed meer kan hebben op die beslissing. Verder is het verzoek tot voortzetting of heropening van het voorlopig getuigenverhoor in hoger beroep in strijd met de goede procesorde, mede vanwege de twee-conclusieregel en het feit dat het hof zelf kan beslissen over bewijsopdrachten in de hoofdzaak.
De grieven van appellant falen en het hof bekrachtigt de bestreden beschikking. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het beroep af omdat het belang bij voortzetting van het voorlopig getuigenverhoor ontbreekt.