ECLI:NL:GHAMS:2024:2076
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte met coronakorting en dringend eigen gebruik
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van een verhuurder tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam inzake de huur van een bedrijfsruimte die werd gebruikt als souvenirwinkel. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens huurachterstand en slecht huurderschap, en stelde dat hij dringend eigen gebruik had.
De kantonrechter kende een coronakorting toe vanwege de door de overheid opgelegde maatregelen die de omzet van de huurder sterk hadden beïnvloed. De huurovereenkomst werd slechts voorwaardelijk ontbonden, waarbij de huurder een termijn kreeg om de huurachterstand in te lopen. De verhuurder was het hier niet mee eens en ging in hoger beroep.
Het hof bevestigde dat de coronakorting terecht was toegekend omdat de gevolgen van de coronamaatregelen als onvoorziene omstandigheden gelden. De voorwaardelijke ontbinding werd eveneens gehandhaafd omdat de huurder na het vonnis de huur steeds tijdig betaalde. De opzegging wegens dringend eigen gebruik werd afgewezen vanwege onvoldoende concreetheid van de plannen en het ontbreken van een verleende vergunning. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde de verhuurder in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter waarbij een coronakorting werd toegekend, de huurovereenkomst voorwaardelijk ontbonden en de opzegging wegens dringend eigen gebruik afgewezen.