ECLI:NL:GHAMS:2024:2385
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- A.W.T. Klappe
- R.D. van Heffen
- A.M.P. Geelhoed
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade na voorlopige hechtenis minderjarige verdachte zonder strafoplegging
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde een verzoek tot schadevergoeding van een minderjarige verdachte die in 2022 in verzekering is gesteld en voorlopige hechtenis heeft ondergaan, zonder dat straf of maatregel werd opgelegd. De voorlopige hechtenis omvatte onder meer huisarrest met strikte beperkingen, waaronder een avondklok en isolatie op school.
Het hof oordeelde dat gronden van billijkheid aanwezig zijn voor een verhoogde vergoeding van immateriële schade vanwege de jonge leeftijd van de verzoeker, de zwaarte van de verdenking en de impact van de media-aandacht. Daarnaast werd een vergoeding toegekend voor loonderving, gemaakte reiskosten, parkeerkosten en uitgebreide kosten voor rechtsbijstand in eerste aanleg, hoger beroep en de verzoekschriftprocedure.
De vergoeding voor immateriële schade werd verhoogd met een factor 2 ten opzichte van de standaard forfaitaire bedragen, rekening houdend met uitzonderlijke omstandigheden zoals Corona-gerelateerde beperkingen. Ook de periode van geschorste voorlopige hechtenis werd gelijkgesteld aan voorlopige hechtenis vanwege de feitelijke vrijheidsbeperking.
Het hof wees het verzoek toe voor een totaalbedrag van €182.740,77, bestaande uit vergoeding voor immateriële schade, materiële schade, reiskosten, loonderving en kosten rechtsbijstand, en wees overige verzoeken af. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer op 27 augustus 2024.
Uitkomst: Het hof kent een totale schadevergoeding van €182.740,77 toe aan de minderjarige verdachte zonder strafoplegging.