ECLI:NL:GHAMS:2024:2473
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging ontbinding huurovereenkomst en ontruiming
In deze zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen de ontbinding van een huurovereenkomst en de ontruiming van een woning door de kantonrechter. Appellant verzocht tevens om schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis, met het argument dat de huurder van de woning, een persoon van hoge leeftijd die al dertig jaar in de woning woont, onredelijk zou worden getroffen door een onmiddellijke ontruiming.
De kantonrechter had de huurovereenkomst ontbonden wegens onderverhuur aan anderen dan de toegestane huurder en de woning uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Appellant stelde dat het belang van de huurder bij het behoud van de situatie zwaarder woog dan het belang van de verhuurder bij directe ontruiming.
Het hof overwoog dat het uitgangspunt is dat een veroordeling uitvoerbaar is, tenzij zwaarwegende omstandigheden dit verhinderen. Het belang van appellant en de huurder werd onvoldoende onderbouwd en woog niet zwaarder dan het belang van de verhuurder, die risico liep op bestuurlijke handhaving en boetes vanwege overbewoning en mogelijke brandgevaarlijke situaties.
Het hof wees de vordering tot schorsing af en hield de beslissing over proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak werd verwezen naar een latere rolzitting voor het nemen van een memorie van grieven door appellant.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wordt afgewezen.