ECLI:NL:GHAMS:2024:2560
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ontbinding huurovereenkomst wegens verboden onderverhuur sociale huurwoning
In deze zaak vordert woningcorporatie Ymere ontbinding van de huurovereenkomst met huurder [appellant] wegens verboden onderverhuur van een sociale huurwoning. De kantonrechter achtte de onderverhuur bewezen en wees de vordering toe. Het hof bekrachtigt dit vonnis.
De feiten zijn dat [appellant] sinds 2016 een sociale huurwoning huurt met de verplichting deze zelf te bewonen en niet zonder toestemming onder te verhuren. Ymere ontving in augustus 2020 een anonieme melding over onderverhuur. Bij een huisbezoek werden derden aangetroffen die de woning bewoonden en huur betaalden aan [appellant]. Whatsapp-gesprekken en verklaringen van deze bewoners bevestigen dat zij de benedenverdieping vanaf juni 2019 huurden.
De huurder voerde verweer met verklaringen van buren, familie en kennissen, maar deze waren onvoldoende gedetailleerd of geloofwaardig. Het hof oordeelt dat de woning bouwkundig geschikt was gemaakt voor onderverhuur en dat de verklaringen van de bewoners en het bewijsmateriaal overtuigend zijn. Het handelen van [appellant] is laakbaar en rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst. Ook de kostenveroordeling in hoger beroep wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en ontbindt de huurovereenkomst wegens verboden onderverhuur.