ECLI:NL:GHAMS:2024:2591
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontbinding en ontruiming wegens overtreding Opiumwet in gehuurde seniorenwoning
In deze zaak huurt appellant sinds 2007 een seniorenwoning van Woonzorg Nederland. In januari 2022 werd bij een politie-inval in de woning drugs aangetroffen, terwijl appellant op dat moment in het buitenland verbleef. Hij had de sleutel aan een kennis gegeven die de woning gebruikte, waarbij de Opiumwet werd overtreden. Woonzorg vorderde daarop ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, wat de kantonrechter toewijst.
Appellant gaat in hoger beroep en voert aan dat de tekortkomingen niet ernstig genoeg zijn voor ontbinding en ontruiming, en beroept zich op de 'tenzij-bepaling' van artikel 7:219 BW Pro. Hoewel appellant zijn stellingen niet uitgebreid heeft onderbouwd, slaagt zijn verweer. Het hof maakt een belangenafweging waarbij het feit dat appellant niet wist of kon weten van de overtreding, zijn langdurige goede huurgeschiedenis, zijn leeftijd van achtenzeventig jaar, en het risico op dakloosheid zwaar wegen.
Woonzorg stelt zwaarwegende belangen zoals het voorkomen van precedentwerking en het beschermen van de leefbaarheid van de buurt, maar deze belangen wegen in dit geval minder zwaar dan die van appellant. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter, wijst de vorderingen van Woonzorg af en veroordeelt Woonzorg in de proceskosten van beide instanties, die uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen tot ontbinding en ontruiming af en veroordeelt Woonzorg in de proceskosten.