ECLI:NL:GHAMS:2024:3203
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep op financieringsvoorbehoud en weigering matiging boete bij koop woonhuis
Partijen sloten op 28 juni 2021 een koopovereenkomst voor een woning van € 1.300.000. De kopers (appellanten) deden een beroep op het financieringsvoorbehoud, omdat hun hypotheekaanvraag bij ASR werd afgewezen. De termijn voor het beroep werd meerdere keren verlengd tot 17 september 2021. Ondanks een afwijzingsbrief van ASR en een lopende aanvraag bij ING Bank, leverden zij onvoldoende bewijs van inspanningen om financiering te verkrijgen.
De woninglevering op 6 december 2021 ging niet door vanwege het definitieve weigeren van ING Bank om financiering te verstrekken. De verkoper (geïntimeerde) stelde appellanten vervolgens in gebreke en vorderde betaling van een contractuele boete van 10% van de koopprijs. De rechtbank wees de vordering toe en oordeelde dat appellanten onvoldoende hadden onderbouwd dat zij zich voldoende hadden ingespannen voor financiering. Ook werd het verzoek tot matiging van de boete afgewezen.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij aan alle formaliteiten voldeden en meer dan één financieringsaanvraag hadden gedaan. Het hof oordeelde echter dat de summiere aanvraag bij ASR kort voor de deadline vermoedelijk was gedaan om een afwijzing te verkrijgen en dat de aanvraag bij ING Bank onvoldoende was onderbouwd. De afwijzingsbrief van ASR gaf onvoldoende inzicht in de volledigheid van de aanvraag. Het hof bevestigde dat appellanten geen geldig beroep op het financieringsvoorbehoud hadden gedaan en dat er geen reden was voor matiging van de boete.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het beroep op het financieringsvoorbehoud niet slaagt en wijst het verzoek tot matiging van de boete af.