Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Eerste aanleg
5.Beoordeling
€ 858,00(tarief I, 1 punt)
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil over een tijdelijke huurovereenkomst van vier maanden voor een gemeubileerd appartement in Amsterdam, gesloten in verband met een buitenlandse reis van de verhuurder. De huurder zegde de huur voortijdig op en vorderde terugbetaling van de waarborgsom.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst kwalificeert als gebruik van woonruimte dat naar zijn aard slechts van korte duur is, waardoor de huurder geen recht heeft op tussentijdse opzegging en de waarborgsom niet hoeft te worden terugbetaald. Dit oordeel werd bevestigd in hoger beroep.
Het hof stelde vast dat partijen niet de bedoeling hadden een huurovereenkomst in de zin van artikel 7:271 BW Pro te sluiten, ondanks verwijzingen in de overeenkomst en algemene voorwaarden. De tijdelijke aard van de huur, de afspraken over plantenverzorging en postdoorzending, en het feit dat de verhuurders na hun reis terugkeerden, ondersteunen deze kwalificatie.
De huurder was op de hoogte van de beperkte duur en het belang van de verhuurders dat de woning gedurende hun afwezigheid werd verzorgd. Het hof concludeerde dat de huurovereenkomst niet tussentijds kon worden opgezegd en dat de waarborgsom verrekend mocht worden met de laatste maand kale huur. Het hoger beroep werd afgewezen en de huurder veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de huurder de tijdelijke huurovereenkomst niet voortijdig kon opzeggen en dat de waarborgsom niet hoeft te worden terugbetaald.