Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
nietheeft betaald.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure vordert de financiële holding betaling van de individuele aannemer wegens vermeende tekortkoming in een aannemingsovereenkomst voor een verbouwingsproject. De rechtbank had geoordeeld dat geen aannemingsovereenkomst was gesloten en dat geen onrechtmatig handelen had plaatsgevonden. Het hof bevestigt dit oordeel.
De feiten tonen aan dat de holding het pand kocht en het project wilde uitvoeren, waarbij Toprak Stone B.V. als hoofdaannemer betrokken was. De individuele aannemer werkte in opdracht van Toprak en niet rechtstreeks voor de holding. Betalingen aan de individuele aannemer werden gedaan, maar het hof acht dit onvoldoende om te concluderen dat er een directe contractuele relatie bestond.
De holding kon onvoldoende onderbouwen waarom zij aannam dat de individuele aannemer haar opdrachtnemer was. Ook het beroep op onrechtmatig handelen faalt omdat er geen contractuele relatie was en onvoldoende bewijs voor tekortkoming. De vordering wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van de financiële holding af wegens het ontbreken van een aannemingsovereenkomst met de individuele aannemer.