ECLI:NL:GHAMS:2024:414
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verklaring erfdienstbaarheid parkeren en bekrachtiging overige beslissingen
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of er een erfdienstbaarheid van parkeren was ontstaan ten behoeve van het perceel [perceel 1] en ten laste van het perceel [perceel 3]. In een eerder tussenarrest was bepaald dat het hof het bestreden vonnis zou bekrachtigen voor de erfdienstbaarheid van uitweg en het verbod op cameragebruik, maar de parkeerrechtvordering werd nader onderzocht.
Na het tussenarrest hebben geïntimeerden hun vordering tot verklaring voor recht van een erfdienstbaarheid van parkeren ingetrokken. Hierdoor vernietigde het hof het bestreden vonnis voor zover het die erfdienstbaarheid toekende. Voor het overige werd het vonnis bekrachtigd, waaronder de verklaring voor recht van een erfdienstbaarheid van uitweg en het verbod op cameragebruik.
Appellanten werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De uitspraak bevestigt dat het parkeerrecht niet is ontstaan door verjaring en dat het overige vonnis standhoudt, waarmee de belangen van partijen deels worden toegewezen en deels afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigde de verklaring voor recht van erfdienstbaarheid parkeren, bekrachtigde het overige vonnis en veroordeelde appellanten in de kosten.