ECLI:NL:GHAMS:2024:684
Gerechtshof Amsterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging ontruiming sociale huurwoning in hoger beroep
In deze zaak is in hoger beroep een incident behandeld omtrent de uitvoerbaar bij voorraad verklaring van een vonnis tot ontruiming van een sociale huurwoning. De appellant, bewindvoerder van [X], betoogde dat de kantonrechter ten onrechte was afgeweken van de wettelijke regeling in artikel 7:268 lid 2 BW Pro, die bepaalt dat de huur voortgezet mag worden totdat onherroepelijk op de vordering is beslist.
De kantonrechter had het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor de appellant verplicht werd de woning binnen zes weken te ontruimen. Het hof oordeelde dat deze uitvoerbaar bij voorraad verklaring berust op een kennelijke misslag, omdat de kantonrechter voorbijging aan de wettelijke regeling die het voortzetten van de huur beschermt gedurende het hoger beroep.
Het hof overwoog dat alleen bij misbruik van recht door appellant kan worden afgeweken van deze regeling, hetgeen niet is vastgesteld. Daarom werd de tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming geschorst totdat in hoger beroep definitief is beslist over de vordering op grond van artikel 7:268 lid 2 BW Pro. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming wordt geschorst totdat in hoger beroep definitief is beslist over de vordering op grond van artikel 7:268 lid 2 BW.