ECLI:NL:GHAMS:2024:886
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vorderingen wegens late oproeping eigenaren in ondeelbare erfdienstbaarheid
Deze civiele zaak betreft een geschil over een erfdienstbaarheid tussen eigenaren van appartementsrechten in een voormalig fabriekscomplex. De appellanten vorderden onder meer herstel van een verwijderde glaswand die deel uitmaakt van een erfdienstbaarheid ten laste van de hoge hal ten gunste van de lage hal.
Het hof oordeelde dat de erfdienstbaarheid een ondeelbare rechtsverhouding betreft, waarbij alle eigenaren van het dienend erf betrokken moeten zijn. Omdat aanvankelijk niet alle eigenaren waren gedagvaard, werden zij later opgeroepen. Deze oproeping vond echter te laat plaats, nadat de procedure al ver gevorderd was en de nieuw opgeroepen partijen een eigen standpunt innamen.
Hierdoor konden de appellanten niet meer in hun vorderingen worden ontvangen, behalve voor de verklaring voor recht dat de verwijdering van de glaswand een inbreuk op de erfdienstbaarheid vormt. De overige vorderingen werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. Het bestreden vonnis werd vernietigd, en appellanten werden veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen wegens te late oproeping van eigenaren in een ondeelbare erfdienstbaarheid, behalve voor de verklaring voor recht.