Partijen sloten op 27 februari 2020 een koopovereenkomst voor een appartementsrecht in een pand dat nog gerenoveerd moest worden. Bij oplevering werden gebreken geconstateerd, waarna een depotbedrag van €20.000 bij de notaris werd gestort. Verkoper vorderde vrijgave van dit bedrag en betaling van twee meerwerkfacturen.
De kantonrechter wees deze vorderingen af, omdat niet alle gebreken waren hersteld en verkoper onvoldoende onderbouwde dat de facturen betrekking hadden op meerwerk. In hoger beroep stelde verkoper dat een deel van de gebreken was verholpen en dat een deel van het depotbedrag reeds in een andere procedure was toegewezen.
Het hof oordeelde dat verkoper onvoldoende bewijs leverde dat alle gebreken waren hersteld en dat de meerwerkfacturen niet voldoende waren onderbouwd. Ook de proceskostenveroordeling van de kantonrechter werd bekrachtigd. Het hof veroordeelde verkoper in de kosten van het hoger beroep en verklaarde de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.