ECLI:NL:GHAMS:2025:1229
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek wijziging ingangsdatum schuldsaneringsregeling
De appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin zijn verzoek tot wijziging van de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen. Hij stelde dat de rechtbank ten onrechte zijn verzoek tot toepassing van artikel 349a lid 1 Faillissementswet niet ambtshalve had toegepast en dat het verzoek ook als verkorting van de termijn moest worden gezien.
Het hof overwoog dat het toelatingsvonnis tot de schuldsaneringsregeling onherroepelijk is geworden omdat er geen hoger beroep tegen was ingesteld. Hoewel de rechtbank ambtshalve had moeten onderzoeken of toepassing van artikel 349a lid 1 Fw mogelijk was, kan dit niet meer worden hersteld omdat het geen kennelijke fout betreft die eenvoudig te herstellen is.
Het hof benadrukte dat appellant nog wel een verzoek kan indienen bij de rechter-commissaris op grond van artikel 349a lid 2 Fw tot wijziging van de termijn van de schuldsaneringsregeling. De slotsom is dat het hof het bestreden vonnis bekrachtigt en het verzoek van appellant afwijst.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot wijziging van de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling af.