Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Beoordeling
(…)
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak bevestigt het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de kantonrechter waarin de effectenleaseovereenkomst tussen de afnemer en Dexia werd vernietigd door de echtgenote op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW. De echtgenote had de overeenkomst buitengerechtelijk vernietigd wegens het ontbreken van haar toestemming bij het aangaan van de leaseovereenkomst.
Dexia voerde verjaring aan voor de vordering van de echtgenote uit onverschuldigde betaling, maar het hof oordeelde dat de verjaring tijdig was gestuit door brieven van Leaseproces, die namens de echtgenote en andere cliënten de verjaring stelden. Dexia betwistte de rechtsgeldigheid van deze stuiting op grond van het ontbreken van een geldige volmacht, maar het hof verwierp dit verweer omdat Dexia niet tijdig om bewijs van volmacht had gevraagd en de volmacht niet was herroepen.
Het hof bevestigde dat de leaseovereenkomst vernietigd is en dat Dexia gehouden is tot terugbetaling van de betaalde bedragen. Dexia werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door het meervoudige hof op 17 juni 2025.
Uitkomst: Het hof bevestigt de vernietiging van de leaseovereenkomst en oordeelt dat de verjaring van de vordering tijdig is gestuit, waardoor Dexia gehouden is tot terugbetaling.