De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk invoeren van een medicijn met het verboden ingrediënt Saussurea costus (Cost), een beschermde plant volgens EU-verordening 338/97. Het hof oordeelde dat hoewel de verdachte wist dat zij het medicijn meenam en dat het ingrediënt Mu Xiang bevatte, niet bewezen kon worden dat zij wist dat dit overeenkwam met de beschermde plant Saussurea costus. Hierdoor werd de opzetvariant verworpen en de verdachte vrijgesproken van het opzettelijk handelen.
Wel achtte het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het medicijn met het verboden bestanddeel in de EU heeft binnengebracht, wat een overtreding is van artikel 3.37 van de Wet natuurbescherming. De strafbaarheid van deze overtreding werd bevestigd omdat geen omstandigheden waren die deze uitsloten.
De eerdere veroordeling tot een voorwaardelijke geldboete van €300 werd vernietigd. Het hof legde een lagere voorwaardelijke geldboete van €100 op, met een proeftijd van twee jaar, waarbij de boete kan worden vervangen door twee dagen hechtenis bij niet-betaling. De straf houdt rekening met de ernst van het feit, de persoon van de verdachte en haar draagkracht.
Het arrest werd gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 juni 2025 na behandeling van het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in eerste aanleg.