ECLI:NL:GHAMS:2025:1791
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing opzegging huurovereenkomst wegens onvoldoende dringend eigen gebruik
Stadshart B.V. heeft de huurovereenkomst van bedrijfsruimte opgezegd op grond van dringend eigen gebruik en subsidiair belangenafweging. De kantonrechter wees de vorderingen van Stadshart af en veroordeelde haar in de proceskosten. Stadshart ging in hoger beroep, maar het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.
Het hof oordeelt dat het dringend eigen gebruik onvoldoende aannemelijk is gemaakt. De gestelde rendementsverbetering is onvoldoende concreet onderbouwd, onder meer omdat de verwachte huuropbrengst van €145.000 per jaar gebaseerd is op een summiere en niet nader toegelichte verklaring van een makelaar. Ook is onduidelijk of de beoogde samenvoeging met een andere ruimte daadwerkelijk zal plaatsvinden en tegen de gewenste huurprijs.
Daarnaast weegt het hof de belangen van de huurder zwaarder dan die van Stadshart. De huurder heeft door de pandemie en werkzaamheden in de omgeving ingeteerd op reserves, en is financieel afhankelijk van de exploitatie van de bedrijfsruimte. De gevorderde langere termijn voor opzegging dan genoemd in artikel 7:300 lid 4 BW Pro wordt afgewezen. Beide hoger beroepen zijn ongegrond, waarbij Stadshart de proceskosten van het principaal hoger beroep moet betalen en de huurder die van het incidenteel hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van Stadshart af wegens onvoldoende aannemelijk dringend eigen gebruik en belangenafweging.