Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
verzoeker.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft de verdachte, veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens overtreding van de Opiumwet en de Wet Wapens en Munitie, een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren die zijn hoger beroep behandelen. Het verzoek was ingegeven door de afwijzing van een aanvullend verzoek om twee getuigen te horen over een document (D2) dat betrekking heeft op het opsporingsonderzoek naar SkyECC.
De verdediging stelde dat de motivering van de afwijzing blijk gaf van vooringenomenheid, omdat het hof vooruitliep op een inhoudelijke eindbeslissing en het verweer dat het opsporingsonderzoek op initiatief van Nederlandse autoriteiten plaatsvond, op voorhand kansloos maakte. De raadsheren en de advocaat-generaal verwierpen dit standpunt en stelden dat de motivering geen aanwijzing gaf voor partijdigheid.
De wrakingskamer beoordeelde de motivering van de tussenbeslissing in het licht van het dossier en concludeerde dat geen uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn die wijzen op vooringenomenheid. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen.
De beslissing werd op 6 augustus 2025 openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid.