ECLI:NL:GHAMS:2025:2608
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen verrekening schadevergoeding en kosten rechtsbijstand
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van appellant tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam inzake de verrekening van een schadevergoedingsmaatregel en kosten rechtsbijstand.
Appellant vorderde vergoeding van geleden schade en gemaakte kosten voor rechtsbijstand in zowel de strafzaak als de verzoekschriftprocedure in hoger beroep. De rechtbank had reeds de verzoeken toegewezen en verrekend met een openstaande geldsom die appellant aan de staat verschuldigd is.
De advocaat van appellant voerde aan dat verrekening onterecht was vanwege een betalingsregeling met het CJIB en dat verrekening met de vergoeding voor de advocaat niet billijk zou zijn. Het hof oordeelde dat verrekening op grond van artikel 453 Sv Pro imperatief is voorgeschreven, ook met de vergoeding voor een raadsman, en dat een betalingsregeling de verplichting tot verrekening niet opheft.
Gezien de bestendige en gepubliceerde jurisprudentie op dit punt, wees het hof het hoger beroep en het verzoek om vergoeding van kosten rechtsbijstand in hoger beroep af. De beschikking werd uitgesproken op 30 september 2025 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de verrekening van schadevergoeding en kosten rechtsbijstand wordt afgewezen.